109. Beleggen voor een collectief pensioen (met Thijs Knaap) | € 245.800

109. Beleggen voor een collectief pensioen (met Thijs Knaap) | € 245.800

🎙️
Als hoofdeconoom voor APG beheert Thijs zo’n 550 miljard voor verschillende grote pensioenfondsen en daarmee heeft hij een best belangrijk baantje te pakken. Hoe gaat hij te werk? Hoe bepaalt hij de asset-allocatie voor verschillende klanten? En belangrijker: wat kunnen wij, kleine spelers, daarvan leren? In gesprek met Thijs over rekenrente, risicobereidheid en de vermogenseconomie. En natuurlijk leggen we een topeconoom als deze ook even de dollar-eurokwestie voor.
De laatste tijd is er een hoop te doen rondom het Nederlandse pensioenstelsel. Doordat we steeds minder werkende mensen hebben, moet alles op de schop voordat de nieuwe generatie straks helemaal niets meer aan het hele systeem overhoudt. We gaan er over in gesprek met Thijs Knaap, Chief Economist bij het Nederlandse APG (Algemene Pensioen Groep) Asset Management.
Thijs is een macro-econoom en financieel modelleur en werkt aan scenario's en analyses die richtinggevend zijn voor het beleggingsadvies bij APG. De klanten van APG zijn Nederlandse pensioenfondsen waarvoor ze een vermogen van ruim €550 miljard beheren. Je moet dan denken aan pensioenfondsen en werkgevers in de sectoren onderwijs, overheid, bouw, schoonmaak, woningcorporaties, sociale werkvoorziening, medisch specialisten en architectenbureaus. Zoveel miljarden beheer je natuurlijk niet met een klein groepje. Thijs heeft nog ruim 3.000 andere collega’s verspreid over meerdere landen. Het hoofdkantoor is gevestigd in Heerlen, met andere kantoren in onder meer Amsterdam, Brussel, New York, Hongkong, Shanghai en Peking. Thijs kent vele specialiteiten waarvan pensioenen er een is, en laten we het daar nou net over gaan hebben.

Drie pijlers van het pensioenstelsel

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers: AOW, aanvullende pensioenopbouw via de werkgever en aanvullende (individuele) pensioenvoorzieningen.
1.
Algemene Ouderdomswet (AOW) De AOW vormt de eerste pijler van het pensioenstelsel. Het is het basisinkomen om rond te kunnen komen. Iedereen die in Nederland woont of werkt, bouwt automatisch AOW op. De hoogte van de AOW wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon.
2.
Pensioenopbouw via de werkgever De tweede pijler is pensioenopbouw via de werkgever. Zo’n 90% van de werkgevers heeft een aanvullende pensioenregeling. Hierdoor krijgen gepensioneerde werknemers een aanvullende uitkering bovenop de AOW-uitkering.
Meestal betalen werkgevers ongeveer tweederde van de totale pensioenpremies en werknemers de rest. De pensioenuitvoerder belegt de premie om later aanvullend pensioen uit te kunnen betalen.
3.
Individuele aanvullende pensioenvoorzieningen Individuele verzekeringen zijn de derde pijler. Denk hierbij aan lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen. Daarmee spaar je fiscaal aantrekkelijk voor extra pensioen. Bijvoorbeeld om een pensioengat aan te vullen of eerder met pensioen te gaan. Ook zelfstandigen kunnen kiezen voor een individuele pensioenvoorziening.

Pensioenvoorziening zzp'ers / ondernemers

Er zijn verschillende pensioenregelingen die speciaal op zzp'ers en ondernemers zijn afgestemd. Dit zijn vrijwillige regelingen in de derde pijler. Aan de zelfstandige de vrijblijvende keuze om hieraan deel te nemen en te bepalen voor welk bedrag dat gebeurt. Doordat Nederland steeds meer zelfstandige ondernemers kent, gaan er geluiden rond in Den Haag om hier ook een minimale verplichting aan te koppelen. Tot nu toe is daar nog niks zeker over en gezien de huidige onrust in Den Haag zal dit onderwerp voorlopig niet hoog op de agenda staan. We hebben al eerder een aflevering gemaakt hoe je zelf kan beleggen voor je pensioen.
18. Pensioenbeleggen | €156.70018. Pensioenbeleggen | €156.700

Huidige / oude pensioenstelsel

In 2027 gaat er een hoop veranderen maar tot die tijd blijft het huidige stelsel in stand. Wel is het in deze transitieperiode mogelijk dat er al wat dingen veranderen om niet op 1 januari 2027 een grote schok te creëren. Om de verandering goed te begrijpen is het handig om het huidige stelsel in grote lijnen te snappen. Rekenrente en dekkingsgraad zijn twee termen die je ongetwijfeld voorbij hebt zien komen. Deze twee zijn nogal bepalend voor de pensioenuitkeringen en jaarlijkse indexaties. Voor mij was het in ieder geval duidelijk dat we over moeten naar een nieuw systeem.

Rekenrente

Met de rekenrente bepalen pensioenfondsen hoeveel geld ze in kas moeten hebben om alle pensioenen uit te keren. Nu en in de toekomst. Pensioenfondsen zeggen aan hun deelnemers een pensioenuitkering toe. Maar hoe weten ze hoeveel ze nu nodig hebben om over twintig, dertig, veertig jaar alle pensioenen te betalen? Daarvoor gebruiken pensioenfondsen de rekenrente. Deze rente heeft extreem veel invloed op de pensioenuitkeringen en dus ook op de jaarlijkse indexaties. Om het effect van de rekenrente goed te begrijpen, geef ik een voorbeeld:
📝
Stel, je zegt iemand toe over tien jaar 100 euro te betalen. Je kunt dan nu 100 euro in een kluis leggen. Maar je kunt ook geld op een spaarrekening zetten. Dan krijg je elk jaar rente van de bank. Daardoor hoef je nu geen 100 euro in te leggen maar een kleiner bedrag. Stel bijvoorbeeld dat de rente 1% is, dan hoef je nu maar 90,53 op je rekening te zetten. Hoe hoger de rente, hoe minder je nu op je rekening hoeft te zetten. Stel dat de rente 2% is, dan heb je nu maar 82,05 nodig. Bijna een tientje minder dus. Zoals in het voorbeeld hierboven werkt het ook met de verplichtingen van pensioenfondsen. Zij kijken naar de rente om te bepalen hoeveel geld ze nu nodig hebben om straks het toegezegde pensioen uit te keren. Dat is de rekenrente. En net als in het voorbeeld geldt: hoe hoger de rekenrente, hoe minder geld pensioenfondsen nu in kas hoeven te hebben om later alle pensioenen te betalen. Hoe lager de rekenrente, hoe meer geld ze nu in kas moeten hebben.
De rekenrente kan gezien worden als risicovrij. Dat wil zeggen dat deelnemers die rente zo goed als zeker krijgen. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt de rekenrente vast op basis van de rentetarieven op de financiële markten, oftewel op basis van de marktrente. De rentes op de financiële markten laten al sinds de jaren ‘70 een dalende trend zien. Hier komt ook direct het probleem naar boven met het huidige stelsel. Het is gemaakt in een tijd dat de rente veel hoger was. Het ziet er ook niet meer naar uit dat we terug gaan naar een tijd waar rente gemiddeld 5% is. De gedachten toentertijd was niet heel gek. De rekenrente is risicovrij, daaraan pensioenen koppelen is niet voor niets. Pensioenfondsen hebben immers toegezegd een pensioenuitkering te doen.

Dekkingsgraad

De rekenrente bepaalt de dekkingsgraad van pensioenfondsen. De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de bezittingen en verplichtingen van een pensioenfonds. Hoe lager de rekenrente, hoe lager de dekkingsgraad. Een dekkingsgraad van 100 procent wil zeggen dat een pensioenfonds voor iedere euro die ze aan pensioen moet uitkeren precies een euro in kas heeft. Bij een dekkingsgraad onder de 100 procent heeft een fonds voor iedere uit te keren euro dus minder dan een euro in kas. We spreken dan van onderdekking.
De dekkingsgraad is in 2019 sterk gedaald. Dit heeft gevolgen voor de pensioenen nu en later. Indexeren (verhogen) van de pensioenen, is bij een te lage dekkingsgraad niet toegestaan. Bij een bepaalde grens moeten de pensioenen zelfs verlaagd worden. Door de lage rekenrente is indexeren al langere tijd niet mogelijk. De pensioenen blijven gelijk terwijl de prijzen stijgen (inflatie). Gepensioneerden zien hierdoor hun koopkracht dalen. Ook voor werkenden wordt het opgebouwde pensioen minder waard bij een gelijkblijvend pensioen en stijgende prijzen.
In de afgelopen 12 maanden is de marktrente weer gaan stijgen. Dit heeft een positief effect gehad op de dekkingsgraad want veel pensioenfondsen zijn over de 110% dekkingsgraad heen gegaan. Bovenop dit percentage is het weer mogelijk om pensioenen mee te laten stijgen met inflatie zodat gepensioneerden hun koopkracht behouden.

Nieuw pensioenstelsel

Op 1 januari 2027 moeten alle pensioenfondsen zijn overgestapt naar het nieuwe stelsel. En dat betekent dat de nieuwe regels voor pensioen vanaf dan voor iedereen gelden. Sommige pensioenfondsen zullen al eerder overstappen op de nieuwe regels maar voordat we daar zijn, moet er nog veel gebeuren. De grootste wijziging is dat de rekenrente en daarmee ook de dekkingsgraad wordt losgelaten. Het nieuwe stelsel is meer op individuele basis maar wel met een collectief vangnet. Verder, en misschien wel de belangrijkste wijziging, is dat de pensioenen worden gekoppeld aan de echte economie.
“De samenleving verandert. We worden met zijn allen steeds ouder en we blijven niet meer ons hele leven bij dezelfde werkgever. Daarom is het belangrijk dat ons pensioenstelsel mee verandert.”

Pensioen gekoppeld aan de economie

Het geld dat werkgevers en werknemers opzij zetten voor pensioen, wordt belegd door de pensioenfondsen. In het nieuwe stelsel is dat niet anders alleen beweegt jouw pensioenvermogen nu mee met de economie. Dit betekent dat je vermogen eerder toeneemt als het goed gaat met de economie maar dat je persoonlijke pensioenvermogen dus ook kan afnemen als de beleggingsresultaten tegenvallen. Ik vermoed dat hierdoor steeds meer mensen interesse krijgen in de beurs en economie. De resultaten op de beurs zijn ook direct zichtbaar in je eigen pensioenoverzicht. Dat er vaker over geschreven zal worden in kranten of op het journaal is dan ook aannemelijk.
Een pensioenfonds heeft straks natuurlijk wel diverse knoppen om ervoor te zorgen dat de pensioenuitkering niet te veel op en neer beweegt. Een-op-een de brede markt volgen is niet wenselijk. Naarmate deelnemers ouder worden kan het beleggingsrisico voor hen worden beperkt. Schokken op financiële markten kunnen worden gedempt en tegenvallers kunnen (gedeeltelijk) worden opgevangen door een zogenaamd solidariteitsreserve. Dit is een soort spaarpot waar de pensioenfondsen in tijden van economische groei geld in stoppen, zodat ze bij minder economische voorspoed tegenvallende resultaten kunnen opvangen. Hierdoor kan voorkomen worden dat bewegingen te groot worden. En natuurlijk als een bearmarkt te lang duurt, dat je niet te veel aandelen ‘goedkoop’ verkoopt om pensioenen uit te keren.

Van een uitkeringsregeling naar een premieregeling

De pensioenpremie staat centraal en het pensioenfonds doet niet langer een belofte over de hoogte van het pensioen. Hier is dus altijd gesteggel over. Het pensioenfonds belegt de pensioenpremie en houdt voor iedere deelnemer het persoonlijk deel van het gezamenlijke pensioenvermogen bij. Zo kan iedereen direct zien hoeveel vermogen er voor zijn of haar eigen pensioen gereserveerd is. Daardoor geeft het nieuwe stelsel veel minder aanleiding voor discussie over onzekere beloftes en over de verdeling van de gezamenlijke pot.
Doordat het meer individueel wordt, kunnen pensioenuitvoerders bij het beleggen van de premies meer rekening houden met verschillen tussen groepen deelnemers. Zo kunnen jongeren meer risico’s nemen dan ouderen, omdat zij nog verder van hun pensioenleeftijd af zijn en nog jarenlang premies kunnen afdragen. Ouderen hebben minder mogelijkheden om tegenvallers op te vangen en daardoor meer behoefte aan zekerheid. Voor hen wordt daarom minder risico genomen. Concreet kan je zeggen dat jongeren bijvoorbeeld 100% belegd kunnen zijn in aandelen en pas op latere leeftijd meer in obligaties.

Het principe blijft hetzelfde

Het idee achter een landelijk collectief pensioen blijft hetzelfde. In het nieuwe stelsel blijven we met zijn allen voor levenslang pensioen sparen en delen we nog steeds de risico’s van ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid met elkaar. Ook blijft sprake van een gezamenlijke uitvoering van pensioenregelingen en een gezamenlijk beleggingsbeleid waarmee pensioenuitvoerders de kosten voor deelnemers beperkt kunnen houden. Ook de verplichte pensioenopbouw via de werkgever blijft, waardoor heel veel mensen deelnemen aan het stelsel.

Beleggingsstrategie wordt (weer) belangrijk

Je zou kunnen stellen dat voor pensioenuitvoerders zoals het APG nu meer beleggingsbeleid gevoerd moet worden. Voor elke leeftijdsgroep moet een andere strategie gevormd worden. Voor de jongste groep moet bijvoorbeeld afstand worden gedaan van staatsobligaties. Of de allocatie naar deze asset classes wordt verkleind. Het beleid waar geld naar toe gaat is in ieder geval niet meer gerelateerd aan de rekenrente.

Hoe beleg je 550 miljard?

Het APG heeft meer dan €550 miljard aan assets under management. In andere woorden: ze beleggen actief meer dan een half biljoen aan Nederlands pensioengeld. Hoe beheer je zoveel geld? Natuurlijk niet alleen in aandelen maar onder meerdere asset classes zoals vastgoed, infrastructuur, obligaties en grondstoffen. Daarna komt de vraag, hoe bepaal je de ideale allocatie per categorie? We gaan hierover met Thijs in gesprek. Verder vertelt hij ook waarom obligaties haar oorspronkelijk functie is verloren en hoe ze dat nu oplossen. Als laatste proberen we de beleggingsstrategie te vertalen naar een particuliere belegger.

Euro / USD pariteit

Na 20 jaar is het zover. De euro naar Amerikaanse dollar bereikt pariteit. Dat betekent dat je voor 1 euro, 1 US dollar terugkrijgt. Makkelijker rekenen kan natuurlijk niet. Voor iedereen die een vakantie naar Amerika heeft gepland is dit enorm zuur. Je krijgt nu veel minder dollars voor elke euro. Ook spullen die we nu kopen uit Amerika zijn duurder geworden.
Pariteit is bereikt op 12 juli 2022, en je kan toch echt wel spreken van een bijzondere dag. Het betekent namelijk dat de geldontwaarding in de eurozone alleen maar erger wordt. De euro is sinds begin dit jaar met 12% gedaald ten opzichte van de dollar. Sinds mei vorig jaar verloor de munt ruim 16% aan waarde.
De oorzaak komt vooral door de gestegen energieprijzen, de eurozone is immers sterk afhankelijk van Russisch gas. Niet alle Europese landen zijn in dezelfde mate afhankelijk, maar dat maakt weinig uit omdat Europa één gasmarkt kent. De prijs is dus overal hetzelfde en daarmee neemt het handelstekort van de muntunie verder toe. Dat zorgt dan weer voor meer aanbod van euro's en het drukt de koers. Ook het renteverschil tussen de Verenigde Staten en de eurozone werkt in het voordeel van de dollar. Wat betekent deze pariteit voor jou als belegger?
Euro naar Amerikaanse dollar heeft pariteit bereikt voor het eerst in 20 jaar tijd.
Euro naar Amerikaanse dollar heeft pariteit bereikt voor het eerst in 20 jaar tijd.
Iedereen die Amerikaanse aandelen bezit voelt dit jaar ‘het voordeel.’ Mijn portfolio is voor 45% belegd in Amerikaanse dollar. Hierdoor heb ik een winst door wisselkoers wijziging van 4,40%. In absolute getallen betekent dat een voordeel van €12.822. Mijn portfolio is voor iedereen openbaar dus je kan zelf zien wat voor effect de wisselkoers heeft op mijn portfolio over verschillende periodes.

Portfolio

Transactie: Nee
Portfolio waarde: € 245.800

Volgende week gaan we het hebben over 'Strategie en portfolio update (H1 2022)'. Rest ons nog een ding: Investeer in je kennis! En beleg met beleid.

Word Vriend

Vind je het leuk om ons te steunen als onafhankelijke podcast, gebruik te maken en mee te denken met de Portfolio Dividend Tracker? Voor €5 per maand krijg je toegang. Zeven dagen gratis proberen!
► Doe mee met Jong Beleggen: PortfolioDividendTracker.com

Pim's portfolio

► Bekijk mijn volledige aandelen portfolio: Portfoliodividendtracker.com/jongbeleggen

JB updates op Instagram

► @JongBeleggen op Instagram: Instagram.com/jongbeleggen