November 27
Done
122. Beleggingsproces

122. Beleggingsproces

🎙️
Rendement is voor losers. Dat is een conclusie die Milou trekt uit deze aflevering met Dennis. Natuurlijk is het behaalde resultaat wel belangrijk, maar het is slechts een gevolg van het proces. Daarom doet Dennis in deze aflevering uit de doeken waarom hij zoveel aandacht heeft voor zijn beleggingsproces. Hij identificeert de valkuilen en legt uit hoe hij zelf voorkomt daar in te stappen.
We gaan het hebben over het meest onderbelichte onderwerp in beleggingsland. De laatste twee afleveringen gingen over beleggingsfilosofieën - en strategieën. Dat gaat over vooraf bedenken wat je doel is en hoe je dat gaat bereiken met jouw strategie. Heel belangrijk. Maar wat doe je in de 30 jaar daarna?
"If you can't describe what you're doing as a process, then you don't know what you're doing.” - William Deming
Je beleggingsproces vormgeven, bijstellen en optimaliseren is extreem belangrijk. Het bepaalt je rendement en dus uiteindelijk of je je doelen zal behalen. Toch lees je maar weinig over dit onderwerp.

Goed beleggingsproces is belangrijk

Tijdens je hele beleggingsleven maak je honderden, zo niet duizenden, investeringsbeslissingen. Sommige zijn succesvol en sommige wat minder. Natuurlijk willen we hiervan leren zodat we betere keuzes maken in de toekomst. Het probleem is alleen dat het menselijk brein uitstekend in staat is om de verkeerde lessen te trekken. Daar kan jij als belegger niets aan doen. We baseren de kwaliteit van onze beslissingen namelijk op de resultaten en niet op het proces van de keuze.

Even uitleggen

Een simpel voorbeeld om duidelijk te maken wat ik bedoel:
We hebben een bak met tien ballen. Er zitten zeven rode en drie blauwe ballen in de bak. We trekken steeds één van de tien ballen en jij moet raden welke kleur het is: rood of blauw. Welke kleur kies je altijd?
Rood natuurlijk. Je weet namelijk dat je 30% kans hebt om het fout te doen, maar dat de kans groter is dat je het goed hebt, namelijk 70%. Dit afwegingsproces zal altijd zo zijn, je weet dat het klopt.
Nog een voorbeeld: Je moet een risicovolle operatie ondergaan en je kiest zelf de chirurg. Na jouw uitgebreide onderzoek blijven er twee geschikte kandidaten over. Bij de eerste chirurg overleven de patiënten het in 80% van de gevallen. De tweede chirurg heeft een overlevingspercentage van 60%. Welke kies je?
De eerste? Een instant keuze toch? Kijk… Precies hier gaat het mis. Je kiest op resultaat in plaats van op proces. Het resultaat van de chirurgen zegt helemaal ‘niets’ over hoe goed hij kan opereren en wat dus jouw overlevingskansen zijn. De eerste chirurg kan misschien alle makkelijke operaties uitvoeren en de tweede alleen ingewikkelde. De eerste chirurg is jong en heeft de beschikking gehad over alle moderne techniek van de laatste jaren. De tweede is oud en heeft vroeger met oudere techniek minder hoog kunnen scoren. De tweede is dus meer ervaren en heeft meer kunde in ingewikkelde operaties.
Nu kies je de tweede. Dat is een verstandigere keuze. Dat komt door je focus te leggen op het besluitvormingsproces en niet op de resultaten.

Wat is dan een ‘beleggingsproces’?

Het proces is de werkwijze of methodologie die je gebruikt om iets voor elkaar te krijgen. Het kan een eenvoudige checklist zijn of een complex systeem. Het proces gaat over de acties die je moet doen. Met beleggen gaat het over jouw aanpak en uiteindelijk bepaalt je proces je beleggingsstijl.

Maar het gaat toch om resultaat?

Nee. Goede resultaten zijn het gevolg van een goed proces. Altijd. Daarom wil je de focus leggen op je proces en niet op resultaten. Of we het willen of niet, de wereld om ons heen focust zich op resultaat.
Neem Cathie Wood, zij werd gedurende 2020 en 2021 de nieuwe rockstar van beleggen. Ze haalde fantastische rendementen en een enorme outperformance. Je zag haar overal in het nieuws en ze kreeg massa’s volgers. Inmiddels schrijft ze zelfs brieven naar de FED omdat ze vind dat het anders moet.
Nu heb ik niks tegen Cathie Wood, laat ik dat voorop stellen. Maar beleggers zijn massaal gaan geloven in haar kunde omdat de resultaten goed waren. Dat had in eerste instantie helemaal niets met haar proces te maken. Maar wat is hier nu feitelijk gebeurd? Cathie Wood investeert sinds 2014 met haar ARK Innovation Fund in allerlei upcoming bedrijven zonder winst. Vervolgens gebeurde er twee dingen. Er kwam een pandemie en juist die bedrijven werden toen veel interessanter, daardoor stegen de koersen. Tegelijkertijd door de lockdowns, verveelde de wereld zich en gingen ze beleggen. Veel van die mensen werden getrokken naar dergelijke bedrijven en winnaars. Beide aspecten hebben helemaal niks te maken met de skills van Cathie Wood. Ze zat toevallig met haar fonds in een ‘boom’.
Het punt is dat wat lijkt op een nieuwe heldenstatus het meestal niet is. In de periode vanaf 2014 heeft het fonds van Cathie Wood 83% rendement en de Nasdaq 157%. Dat is een extreme underperformance. Ook als je naar haar geschiedenis kijkt van voor 2014 zie je dat ze vaak underperformt en dat ze vervolgens wisselt van fonds om opnieuw te beginnen. Haar collega’s en voormalig leidinggevenden hebben geen hoge pet van haar op. Ze wordt bekritiseerd om haar volledig gebrek aan risicomanagement.
Moeten we haar dan afschrijven om haar underperformance? Nee ook niet! De regel geldt andersom ook. Er zijn wel indicaties dat haar proces wat issues heeft. Maar misschien is haar proces wel degelijk heel succesvol op lange termijn en heeft het gewoon de karakteristiek van een Boom & Bust cycle en staan we na tien van die cycli op een enorme outperformance.

Proces boven resultaat

Een goed proces zorgt voor betere resultaten op de lange termijn. We hebben daarmee controle over het proces maar niet over de uitkomsten. Wat maakt dan een goed beleggingsproces?
Je kan voor een groot deel terugvallen op theorie van het ‘decision making process’. Uiteindelijk is dat wat je doet met beleggen, beslissingen nemen. Een van de beste boeken over dit onderwerp is Winning Decisions, geschreven door Paul Schoemaker en Edward Russo. Sowieso is het interessant om eens wat te lezen of kijken van Paul Schoemaker. Hij is de autoriteit op het gebied van decision making. Het boek vertrekt vanuit het perspectief dat we zojuist hebben geschetst en dat is gevat in dit plaatje.
Decision making model uitgelegd in een afbeelding uit het boek ‘Winning Decisions’.
Decision making model uitgelegd in een afbeelding uit het boek ‘Winning Decisions’.
In het boek beschrijven ze de vier stappen van een goed beslissingsproces. Welkom bij de open-deuren-show… Toch is het goed om eens te kijken naar hoe je je laatste beleggingsbeslissingen hebt genomen en hoe gestructureerd je dat daadwerkelijk hebt gedaan. De kans is groot dat je toch hier en daar wat fouten hebt gemaakt. En dat is niet erg, het is namelijk de kans om je beleggingsproces weer een beetje te verbeteren. En dan komen hier de vier stappen…

1. Framing

Je frame is ook wel jouw perspectief op de wereld. Tegelijkertijd beperkt het je kijk op de wereld enorm en zorgt het ervoor dat je nooit de hele realiteit ziet. En het frame zorgt ervoor dat we ons focussen op een specifiek deel van de situatie. In deze stap moet je twee dingen doen: wees je bewust van jouw frame en hoe het jouw beslissingen vertroebelt of beperkt, en bekijk het probleem of de situatie eens vanuit een ander frame, wat gebeurt er dan?

2. Gather Intelligence

Bepaal harde feiten en probeer die feiten verschillend te interpreteren. Bepaal wat je niet weet. Kijk kritisch naar je aannames en probeer je eigen ongelijk aan te tonen. Een leerzaam punt vond ik ook dat vaak de meest beschikbare informatie als belangrijkste feiten worden meegenomen. Dat is vaak ten onrechte, vaak zijn ze te simpel of alleen breed beschikbaar vanwege hun nieuwswaardigheid. In deze stap besteed je ook aandacht aan je persoonlijke vooroordelen. Daar komen we later nog op terug.

3. Reach a Conclusion

Je conclusie baseer je op basis van de juiste theorie en je verzamelde feiten. Met theorie moet je denken aan het volgende: als een aandeel 30% zakt is het goedkoper en is de kans op stijging groter. Dat is een verhaal maar geen theorie, er klopt zelfs niks van. De bedrijven die relatief veel dividend uitkeren, aandelen inkopen en omzetgroei laten zien doen het op de lange termijn veel beter dan de benchmark. Dát is een juiste theorie. Je baseert je nooit op één theorie, maar alle juiste theorieën bij elkaar maken je afwegingskader.
Vervolgens ga je alle voors en tegens afwegen. Je komt nooit tot ‘de’ oplossing, het is altijd een trade-off. Maar het is nooit op basis van onderbuik, intuïtie of door volledig te vertrouwen op je eigen oordeel.

4. Learning from experiences

Wanneer we leren van ervaringen doen we dat vaak naar aanleiding van wat er is gebeurd. En juist dat is niet interessant want het triggert het resultaatdenken. Het gaat om het antwoord op de vraag waarom iets is gebeurd. Op basis van die analyse kan je zorgen dat het in de toekomst niet meer gebeurt of juist vaker voorkomt. Je analyseert dus ook dat wat goed ging.
Sommige aandelen hebben bij mij in het verleden uitstekend gepresteerd maar zijn niet volledig aan mijn kunde te danken. PostNL heeft voor mij ruim 100% rendement opgeleverd in een relatief korte tijd. De ‘wat’ is dus wel duidelijk. De ‘waarom’ was toch echt dat de coronapandemie waardoor we alles thuis moesten laten bezorgen. Ik zou dit rendement graag toewijzen aan mijn skills maar ik ben niet de uitvinder van corona. Puur geluk dus. Toch heb ik wel iets goed gedaan en dat is verkopen als de gekte toeslaat. PostNL heb ik verkocht op €4,40 en dat was geen geluk, het was het resultaat van mijn beleggingsproces. De feiten, de theorie en het toetsen daarvan zorgde voor een fair value onder de €4,40. Ik ben toen tegen de heersende opinie ingegaan, niet op gevoel en niet op boerenverstand, maar op basis van feiten en inzichten uit het verleden.
Microsoft is een voorbeeld dat mijn beleggingsproces sterk heeft beïnvloed. Ik was ruim tien jaar geleden helemaal overtuigd van de waarde van Microsoft. Ik had de aandelen maar heb ze toen verkocht op basis van mijn onderbuik. Dat was wel een onderbuik gebaseerd op verhalen, artikelen en meningen van anderen. Maar het was niet objectief, want al die verhalen en meningen kon ik weerleggen. Ik verkocht het en heb daarna 1.000% rendement misgelopen. Toch was het resultaat niet leidend in deze les, wel het proces. Deze fout zal ik niet snel meer maken.

Schematisch

De vier fases van het maken van een beslissing.
De vier fases van het maken van een beslissing.

Valkuilen

Er zijn vele valkuilen in beleggen en veel zijn al in de podcast besproken. Maar deze valkuilen ga je tegenkomen als je aan de slag gaat met je beleggingsproces. Het zijn vaak valkuilen die je niet hoeft ‘op te lossen’, als je je er bewust van bent dan ben je er eigenlijk al. Je weet wat er gebeurt in je brein en je handelt er vervolgens op de juiste manier naar. Waar moet je voor oppassen?

Ego

Heb je dat niet? Bekijk dat nog eens twee keer, iedereen heeft het namelijk. Hoe je er mee omgaat is het verschil. Beleggers hebben de neiging om goede resultaten te koppelen aan skills en slechte resultaten aan pech. De focus op het resultaat is echt getrouwd met je ego.

Perfection over Consistency

Je hebt helemaal niks aan een perfect proces als je niet in staat bent om het consistent toe te passen. Het doel van een beleggingsproces vormgeven is niet perfectie. Het doel is een goed proces dat jij consistent kan toepassen. Als je geen superheld bent dan is je proces nooit perfect. Je hebt niet alle tijd van de wereld en ook niet alle kennis. Je kiest stappen in je proces die bij jou passen en die jou helpen.
Zo’n voorbeeld zit in mijn proces als bij het analyseren van het management. Ik analyseer de CEO. Dat betekent dat ik de CFO en de rest van de Cxx oversla. Ik weet dat ik daarmee perfectie mis. Maar soms wil ik nou eenmaal op vakantie, uit eten of Netflix kijken. Ik let wel op hoe de CEO in zijn berichtgeving over ‘het management’ praat, zodat ik er toch een beetje gevoel bij krijg. En de CFO hoor ik wel praten bij de earnings calls. Voor mij is dit een prima trade-off.

Gamblers falacy

Dit is het zien van een patroon dat er in werkelijkheid niet is. Het simpelste voorbeeld is dat van de roulette tafel. Er zijn gokkers die denken dat de kans op zwart groter is als er een paar keer rood is gevallen. Dat is natuurlijk niet waar. Maar er zijn ook subtielere voorbeelden. Bij een coin-toss werd de vraag gesteld welke serie waarschijnlijker is. “K - M - M - K- M -K” of “K - K - K - M - M -M”? De meerderheid kiest de eerste volgorde. Men ziet een patroon dat er niet is.
Met beleggen kan je dit ook ongemerkt in je beslissingen meenemen. Je hebt drie keer een aandeel niet verkocht terwijl het op plus 30% stond. En nu is het weer gezakt tot je aankoopprijs. Conclusie: de volgende keer als mijn posities op 30% in de plus staan verkoop ik.
Je hebt vijf goed presterende aandelen in de tech sector en de andere tien posities staan in het rood. Conclusie: ik moet meer in tech beleggen.
De les is dat wanneer je een patroon denkt te zien je moet nagaan of dat feitelijk wel klopt.

Craving narrative

“We crave narrative”. Beleggers willen de toekomst weten en we willen het verhaal geloven. Dat biedt ons brein namelijk houvast en dat zorgt voor een comfortabel gevoel. We handelen dan op basis van de verhalen en voorspellingen.
Maar wat blijkt? Het voorspellen van toekomstige resultaten is altijd onzin. Er zijn tal van onderzoeken gedaan naar de waarde van voorspellingen over rendementen van aandelen. Experts hebben het gemiddeld genomen vaker fout dan goed. En wie het goed had, heeft geen hogere kans om het daarna weer goed te hebben. Er is ook onderzoek gedaan naar lijstjes al “de 10 best renderende aandelen voor de komende 10 jaar”. Vervolgens zorgen deze aandelen voor een enorme underperformance.
Deze lijstjes en voorspellingen hebben één ding gemeen. Ze hebben een goed verhaal!
Probeer jezelf te betrappen op goedgelovigheid. Hoe logisch het ook klinkt, doe je research en kijk of de feiten en cijfers het verhaal ondersteunen. En zoek naar feiten en cijfers die het verhaal ontkrachten.
Facebook vind ik een mooi voorbeeld. In 2021 las ik analyses over Facebook waarbij de gebruikersaantallen jarenlang hard zouden stijgen. Net als in het verleden. Bijna niemand ging tegen die voorspelling in. Het verhaal klopte ook wel en had logische argumenten, ik geloofde het. Pas toen ik naar de data keek viel er een ander kwartje. Als de gebruikers zo hard stijgen, lopen we tegen een vrij substantieel probleem aan: er zijn niet zoveel mensen.
Bij Netflix zag ik overigens hetzelfde fenomeen in 2021. Geweldige analyses met kloppende verhalen en perfecte voorspellingen van groei op basis van aantal inwoners. Maar Netflix accounts zijn toch echt per huishouden (in het beste geval).

Outcome bias

Een beslissing evalueren op basis van de uitkomst en niet op basis van het proces dat heeft geleid tot die beslissing. Iedereen die serieus heeft gepokerd weet dit als geen ander. Daar zitten belangrijke lessen in. Stel ik heb een hand die 80% kans heeft om te winnen, ik zet al m’n chips in en toch verlies ik. Dan is de beslissing goed geweest alleen de uitkomst niet. En dan is er nog een stapje verder. Ik zet al m’n chips in omdat ik ongeveer weet wat de ander kan hebben. Mijn inschatting is dat de tegenstander 40% van de keren een hand heeft die mij verslaat en 60% van de keren een slechtere hand. Ik zet alles in, hij blijkt een betere hand te hebben en ik verlies alles. Dan hoeft mijn beslissing nog steeds niet fout te zijn geweest. De uitkomst bepaalt dat namelijk niet. Ik moet weer terug naar de situatie waarin ik de 40/60 inschatting maak. Was die inschatting goed? Zo ja, dan heb ik de juiste keuze gemaakt. Zo nee, dan moet ik iets in mijn beslissingsproces voor die specifieke speler aanpassen.

Probability vs Possibility

Ze lijken op elkaar maar verschillen wel degelijk. In de staatsloterij heb je 50% kans op het winnen van de jackpot, je wint hem namelijk ‘wel’ of ‘niet’ - 50% dus. Dat slaat nergens op, maar met beleggen zijn we geneigd om dergelijke redenaties echt te maken. We zijn geneigd om beslissingen niet te nemen als er een mogelijkheid is op slecht resultaat. Bijvoorbeeld een sterke omzetdaling bij een recessie of lagere winst bij een oplopende rente. En dat kan ook allemaal waar zijn. Alleen je zou de slag moeten maken van de ‘possibility’ naar de ‘probability’. Je gaat het niet altijd juist hebben namelijk, dat hoeft ook niet. Maar je moet wel zo vaak mogelijk gelijk hebben. Het is prima om aandelen te hebben met allerlei mogelijkheden om het mis te hebben. Je wil alleen dat de kans daarop niet al te groot is.
Als belegger wil je afwegingen in je proces maken op probabilities. Herken het wanneer je afwegingen maakt op possibilities en vervang ze voor probabilities. Dat kan je nooit exact doen met een nauwkeurig percentage. Maar de essentie is dat je de giga upside niet overdrijft alleen omdat je een onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk verhaal hebt gemaakt. En dat je potentiële giga downside niet overdrijft door een minieme kans dat alles tegelijk tegen zit. In je portefeuille wil je een goede risico/rendement balans hebben en dat krijg je niet door veel zwart-wit stappen bij je beleggingsproces in te voeren.

Outcome minded beleggers volgen

Er zijn twee soorten beleggers: de outcome minded en de proces minded. Het herkennen is gelukkig heel makkelijk. De eerste praat over zijn behaalde rendement, het verwachte toekomstige rendement of welk aandeel het volgens hem heel goed gaat doen. Het zijn de voorspellers van resultaat en de vertellers van resultaat. Mijn tip: negeren. Hoe goed bedoeld het ook is, het is onzin of het is geluk.
De tweede vertelt over dat wat hij doet, ziet, ervaart en welke afwegingen hij maakt. En natuurlijk gaat beleggen af en toe over de koersen, het kopen en verkopen. Maar het is niet waar ze in eerste instantie mee bezig zijn. De grote succesvolle guru’s praten zelden over rendementen en voorspellingen. De wijze lessen zitten in hun proces of aanpak. Datzelfde geldt ook voor topsporters als Ronaldo, Nadal of Tiger Woods. Hun succes is niet veroorzaakt door veel doelpunten te maken of veel toernooien te winnen. Het is veroorzaakt door het proces wat ze hun hele leven hanteren om beter te worden. De overwinningen zijn het gevolg
Twee bekende van ons zijn beleggers uit de tweede categorie. Pim en Mees. Beide met een andere strategie en verschillende gebieden van expertise. Maar beide volledig gefocust op hun proces. Op basis van theorie, ervaring, kennis en constante evaluatie zijn ze hun proces aan het finetunen. Ik zou mij comfortabel voelen als Pim of Mees mijn geld zouden beleggen tot mijn pensioen. Niet om de resultaten die zij hebben behaald, maar omdat ze zich focussen op hun beleggingsproces. Dat heeft mijn voorkeur boven de fondsmanager die het de afgelopen drie jaar het beste heeft gedaan.

Let’s start!

Maar goed, waar dan te beginnen? Nou, gewoon bij het begin. Het maakt niet zoveel uit wat je aanpak is, als het maar begint met enige objectieve input en een soort van proces dat leidt tot een output. Begin. En verbeter het door de jaren heen.
En onthoudt..… Een goede strategie met een goed beleggingsproces underperformt ook zo nu en dan. Er komt een ‘point in time where you look really stupid’. Als dat niet gebeurt is er waarschijnlijk iets mis met je beleggingsproces.

Onderdelen uit mijn beleggingsproces

De meeste onderdelen zitten natuurlijk op het gebied van de fundamentele analyse. Die heb je al kunnen beluisteren in eerdere afleveringen. Maar bij deze een paar andere onderdelen die nog niet echt aan bod zijn geweest, maar wel heel relevant zijn.
Ik maak altijd een fout. Welke?
Dit is een bewuste stap in mijn proces en bijna altijd de eerste. Het helpt mij om mijn brein in te stellen op een kritische houding ten opzichte van mijzelf.
Ik luister (of lees) altijd de earnings call (tenzij alles al duidelijk is)
Hier zit zoveel ‘verborgen’ informatie. Het is een verduidelijking van de cijfers en de toekomst. En het is voor mij vaak cruciaal om te horen hoe overtuigd men is. Dat zit in de wijze van vertellen en dat wat het uitstraalt; hoe makkelijk ze vragen beantwoorden en wat de toon is. Het maakt een completer plaatje. Of juist niet en ook dat zegt weer wat.
Ik vertel een ander waarom het bedrijf zo goed is en waarom het goedkoop is.
Aan wie vertel ik dat? Gewoon aan wie er toevallig in de buurt is. Mijn vriendin is daarom vaak de gelukkige. Hoewel zij daar zelf gek genoeg anders over denkt. Maar voor het eerste deel van deze stap maakt het niet uit wie de luisteraar is. Als je een konijn hebt kan je het die ook vertellen. Je gaat namelijk ineens goed horen bij jezelf of je het verhaal eigenlijk wel goed op een rijtje hebt. Als je niet gewoon in het kort super sterk kan vertellen wat er zo goed is en waarom de prijs ook nog aantrekkelijk is dan ben je er gewoon nog niet. Je moet het kunnen zonder voorbereiding omdat je het gewoon weet.
Als je konijn overtuigd is dan is het ook fijn om iemand die terugpraat tegenover je te hebben. Je zoekt geen goedkeuring, maar met boerenverstand en een enkele vraag over je verhaal kan je toch kijken of je het scherp hebt.
Als ik de waarde moeilijk kan bepalen verkoop ik. Altijd!
Ik wil geen guessing-game spelen om vervolgens te hopen dat het goed komt. Ik vind het prima om het bij het verkeerde eind te hebben. Maar als de fout is ontstaan door een gefundeerde analyse, dan kan ik ook achterhalen waar de fout zat en dat in het vervolg herstellen.
Ik switch posities niet tussen concurrenten
Er zijn tientallen banken om in te beleggen. Je kan ze allemaal analyseren, volgen en steeds de goedkoopste in je portefeuille nemen. Maar in die aanpak zitten voor mij twee denkfouten. Je gaat er vanuit dat je analyse precies ‘klopt’. Maar dat is niet zo. Je maakt dus transactiekosten voor kleine verschillen in waardering en die waardering heeft altijd een status van ‘ongeveer’ en nooit ‘precies’. En de tweede is het punt waar we het eerder over hadden: consistentie. Ik kan best vijftien banken volgen. Maar als ik voor alle twintig posities de vijftien concurrenten moet volgen dan kan ik beter mijn baan opzeggen. Van mijn watchlist komt dan al helemaal niks meer terecht. Op enig moment is een bedrijf uit een branche dat ondergewaardeerd is, goed genoeg.
Terug in de tijd kijken hoe eerdere tegenslagen verliepen en dat op lange termijn integreren in mijn dcf-model
Een recessie kan je voorspellen. Niet wanneer die komt, maar wel dat die komt. Je kan op basis van het verleden ook aannames doen over de impact op een bedrijf. Niet precies, maar wel ongeveer.
Positieve verrassingen zijn een fout! Geen kunde.
Als het beter gaat dan ik had verwacht ben ik gewoon blij. Maar ik geef mezelf er geen schouderklopje voor. Het is een kans om te kijken of ik iets beter had kunnen doen. Evalueren en eventueel mijn proces aanpassen.

En wat zit bewust niet in mijn proces

Alle factoren waar ‘prijs’ een onderdeel is
performance van een aandeel
koersen uit verleden
grafieken/technische analyse
GAK
Er is geen enkele theorie, gebaseerd op onderzoek, die dergelijke onderdelen onderbouwen. En zonder theorie komt het bij mij niet in het proces. Een specifieke die ik regelmatig langs hoor komen: “ik wil graag mijn GAK verlagen”. Ik snap die gedachte heel goed want daarmee verklein je optisch je verlies. Je denkt dat de kans groter is dat je binnenkort in de plus komt (want je koopt lager). Maar deze stelling is echt niet te onderbouwen. Het is je brein die je van alles wijs maakt en je trapt in zes valkuilen tegelijk.
Zwart wit redenaties
geen bedrijven met hoge schuld
alleen bedrijven die afgelopen vijf jaar meer dan 10% omzetgroei hebben laten zien
alleen bedrijven met founders
Algemeenheden wil ik voorkomen. Natuurlijk wil ik het liefst een bedrijf met weinig schuld, founders aan boord, veel omzetgroei, sticky klanten, een grote moat, naamsbekendheid, en nauwelijks concurrentie. Een bedrijf dat bijna niemand kent en een P/E ratio heeft van 5. Tuurlijk! Alleen die zijn er niet. Het zijn allemaal losse factoren die ik wil wegen, maar niet bij voorbaat wil uitsluiten.

Benchmark in PDT

Na lang wachten is er eindelijk de mogelijkheid om je portfolio te benchmarken! In deze update lanceren we de eerste versie van de benchmark waarbij we het mogelijk maken om jouw portfolio te benchmarken tegen de AEX (GR), S&P 500 en de MSCI All World (ACWI).
Benchmark je portfolio tegen AEX (GR), S&P 500 of All World index in PDT.
Benchmark je portfolio tegen AEX (GR), S&P 500 of All World index in PDT.
We zijn ontzettend trots op deze feature omdat het niet simpelweg de prijsverloop van de index laat zien, maar een daadwerkelijke simulatie is van jouw portfolio als je enkel de index had gekocht. Deze wordt dan ook volledig berekend via de MWRR-methode, iets unieks in de industrie!
Verder hebben we in deze update talloze fundamentele verbeteringen doorgevoerd waarmee we de Portfolio Dividend Tracker klaarstomen voor de toekomst.

Portfolio update Dennis

Sinds de top van de markt in het begin van het jaar, heb ik in z’n algemeenheid deze transacties uitgevoerd. Mijn ‘ability to look stupid’ wordt aardig getest.
Ik heb 9 verkooptransacties gedaan in 6 holdings. Dat zijn allemaal value aandelen en geen van die bedrijven is echt cyclisch. Als ik naar mijn aankopen kijk (veelal bijkopen) dan is het beeld compleet anders. Ik deed 25 transacties waarvan 11 in typische groeiaandelen en 14 in value aandelen. Maar van die 14 zijn er 9 cyclisch.
Ik zit dus al maanden vol tegen de stroom in te zwemmen. Daardoor krijgt mijn portefeuille op bepaalde momenten rake klappen, maar raak ik wel steeds meer overtuigd dat ik goed zit.

Volgende week gaan we het hebben over 'Bedrijfsschulden'. Rest ons nog een ding: Investeer in je kennis! En beleg met beleid.

Dennis' portfolio

► Bekijk mijn volledige aandelen portfolio: Portfoliodividendtracker.com/dennis