Als actieve belegger doet een (langdurige) underperformance toch iets met je. Dat is ook helemaal niet gek. Je gaat twijfelen, emoties spelen op en dat vertaalt zich mogelijk in abrupte handelingen. Ook al weet je dat het erbij hoort. Om het beter te doen dan de markt, moet je afwijken van de consensus. Daarmee is het bijna niet uit te sluiten dat je periodes gaat kennen waarin je het minder doet.
De kans is aanzienlijk dat je dit jaar onderwogen bent in chippers en AI-infrastructuur. Mogelijk zit je zelfs aan de andere kant, software! Een sterke underperformance op de brede markt is dan niet zo gek. Hoe ga je daarmee om? Welke emoties kunnen dan opspelen?
De standaard reactie is misschien dat je een underperformance onmiddellijk moet oplossen. Toch is het verstandiger om eerst te diagnosticeren. Waar komt de underperformance vandaan en hoe kun je ervan leren?
‘Mijn portfolio loopt achter’, is namelijk geen diagnose. Het is alleen een symptoom. De oorzaak kan zijn: een verkeerde benchmark, een tijdelijke stijlwind tegen, een slechte aandelenselectie, een te grote concentratie, te veel cash en handelen, te hoge kosten, een thesis-breuk, of gewoon normale ruis binnen een actieve strategie.
“A relative-performance-oriented investor is generally unwilling or unable to tolerate long periods of underperformance and therefore invests in whatever is currently popular.” – Seth Klarman
We gaan het hebben over drie basisreacties bij underperformance, mogelijk herken je jezelf in een van die drie. Ik kan je alvast vertellen, ik val in het kamp ‘bevriezen’.
Hoe wordt er gereageerd?
Bij langdurige underperformance reageren beleggers meestal met vechten, bevriezen of vluchten. Het snel goed willen maken met radicalere keuzes, niets meer durven doen en hopen dat de markt je verlost en de strategie verlaten, stijl wisselen of volledig passief gaan.
Die drie reacties zijn psychologisch heel logisch. Ze zijn niet per se dom. Ze zijn pogingen om één ding te herstellen: niet alleen rendement, maar ook het gevoel van controle, competentie en zelfvertrouwen.
1. Vechten
De eerste reactie is vechten. Je loopt al een tijd achter op de benchmark en op een gegeven moment komt er een stemmetje op: nu moet ik iets doen. Groter inzetten. Meer concentreren. Toch die populaire aandelen kopen die je eerder bewust links liet liggen. Of juist extra bijkopen in de verliezers, omdat je het verlies sneller wil wegpoetsen. Heel menselijk. Maar ook gevaarlijk.
Het verraderlijke is dat vechten kan voelen als discipline. Je bent immers niet passief. Je neemt verantwoordelijkheid. Je grijpt in. Alleen is de vraag: grijp je in omdat de risico-rendementsverhouding beter is geworden, of omdat je de pijn van achterblijven niet meer trekt? Dat is een wereld van verschil.
De goede belegger koopt bij, omdat de thesis nog klopt en de waardering aantrekkelijker is, maar vergeet zijn of haar regels niet uit het oog. De gefrustreerde belegger koopt bij, omdat hij gelijk wil krijgen. Underperformance wordt gevaarlijk wanneer je niet meer probeert je portfolio te verbeteren, maar je gevoel te repareren. En hierdoor veel gaat afwijken van je originele plan, proces en structuur. Reparatiedrang is gevaarlijk.
2. Bevriezen
De tweede reactie is bevriezen. Je doet bijna niets meer. Niet omdat je zo overtuigd bent van je strategie, maar omdat elke keuze verkeerd kan voelen. Als je verkoopt, herstelt het misschien morgen. Als je bijkoopt, wordt de positie misschien nog pijnlijker. En als je van strategie verandert, geef je misschien precies op het dieptepunt op. Dus wacht je. Nog even. En daarna nog even.
Dat lijkt op geduld, maar het kan ook gewoon angst zijn met een net jasje aan. Geduld is: “Ik weet waarom ik dit bezit, ik weet wanneer ik opnieuw kijk, en ik weet wat mijn verkoopcriteria zijn.” Bevriezen is: “Ik weet het eigenlijk niet meer, dus ik doe maar niets.” Naar mijn idee is dit de lastigste categorie, omdat niets doen van buitenaf altijd hetzelfde lijkt. Maar van binnen weet je meestal wel of je rustig bent, of verlamd.
Beleggen is simpel, maar niet makkelijk. Soms is the art of not selling inderdaad de juiste keuze. Maar alleen als je nog steeds eigenaar bent van je beslissing. Niet als je portfolio langzaam verandert in een verzameling uitgestelde keuzes.
In 2026 (de laatste zes maanden), heb ik weinig tot niks gedaan. Tot een zekere hoogte voelde ik mij verlamd. Daar moest ik wat aan doen. Zo goed als al mijn tijd ging in het analyseren van mijn eigen gedrag. Hoe kan ik mijn proces verbeteren zodat ik betere keuzes ga maken? Elke actieve belegger maakt uiteindelijk periodes van underperformance mee dus het is de kunst om daarvan te leren.
3. Vluchten
De derde reactie is vluchten. Je bent klaar met de strategie. Klaar met de underperformance. Klaar met uitleggen waarom je achterloopt. Dus je gooit het roer om. Van value naar growth. Van stock picking naar ETF’s. Van geconcentreerd naar breed gespreid. Of helemaal naar passief beleggen: “Had ik gewoon meteen de All World gekocht, dan was ik nu beter af geweest.”
En eerlijk is eerlijk: dat kan een hele verstandige conclusie zijn. Geen enkele strategie is heilig. Misschien past actief beleggen niet bij je. Misschien is de tracking error simpelweg te pijnlijk. Misschien heb je geen edge, of kost het te veel tijd en energie. Dan is passief beleggen geen nederlaag, maar zelfkennis. Lekker saai kan ook heel goed compounden over tijd.
Maar de timing maakt alles uit. Vluchten uit een strategie omdat je die rationeel hebt herbeoordeeld is iets anders dan vluchten omdat je de schaamte niet meer wilt voelen. De vraag is dus niet: “Wil ik stoppen?” De betere vraag is: “Stop ik door nieuwe informatie, of stop ik door oude pijn?” Dat verschil zie je niet aan de transactie. Dat verschil zit in je notitieboekje.
Mijn ervaring is dat het relativerend werkt als je meer inzicht hebt in waar de underperformance vandaan komt. Dit helpt je mogelijk ook om een van die drie basisreacties te voorkomen.
Wat is mijn diagnose?
Voordat er een diagnose gesteld kan worden, eerst even kijken waar we nu over praten. In een korte periode van 12 maanden heb ik nog niet eerder zo’n grote underperformance gehad op de All World. Op het moment van schrijven sta ik over het afgelopen jaar op een min van 8%. De All World heeft in dezelfde periode een rendement behaald van ruim 24%. Dat is een gat van 32%.
Op de onderstaande afbeelding is dat ook goed te zien. Daar wordt mijn portfolio afgezet tegen IWDA (All World) in één grafiek op basis van TWRR. In de afgelopen 12 maanden ben ik van een outperformance van 10% naar een underperformance van -18% gegaan. Elke maand leverde ik een beetje in. Langzame dalingen zijn mentaal veel lastiger te verteren.
Het is dus erg duidelijk dat ik het een stuk minder doe. Nu komt de belangrijkste vraag: hoe komt dat? Is de underperformance tot op zekere hoogte te verklaren?
Kwaliteit doet het slecht
Mijn beleggingsstijl zit momenteel in het verdomhoekje. Alles wat maar een beetje flirt met kwaliteit, doet het niet goed. Ik zie dat natuurlijk ook om mij heen. Dagelijks zie ik meerdere verschillende portfolio’s, bijvoorbeeld in de Jong Beleggen-community.
Veel grote beleggers die we behandeld hebben in de podcast, doen het ook matig over de afgelopen 12 maanden. Ik heb er drie uitgepakt, omdat zij ook hun portfolio in PDT hebben.

Dev Kantesaria belegt extreem geconcentreerd in een handjevol kwaliteitsbedrijven. Door een hoge concentratie kun je natuurlijk ook fout zitten bij een paar bedrijven; dat zegt nog niet zozeer iets over de beleggingsstijl. Direct als tegenargument: alleen ASML staat bij hem in het groen. Zijn underperformance op de All World is 44%.
Chuck Akre staat voor mij wel een beetje symbool voor de kwaliteitsbelegger. Zijn portfolio bestaat uit 19 kwaliteitsaandelen die de meeste mensen wel kennen. Ook hij heeft een stevige underperformance met 43%.

Chris Hohn is iets meer vergelijkbaar met Dev Kantesaria. Erg geconcentreerd, waardoor een specifieke belegging veel invloed heeft. Ook staan niet al zijn posities in PDT, omdat we alles binnenhalen via 13F-filings. Zijn Europese posities missen nog: Safran, Vinci, Airbus, Cellnex en Aena. In ieder geval, met zijn 10 Amerikaanse kwaliteitsbedrijven doet hij het een stuk minder goed dan de All World. In de afgelopen 12 maanden blijft hij ongeveer 22% achter.
Zelfs de grootste beleggers die actief zijn in dezelfde hoek, blijven stevig achter op de All World. Dat geeft wel iets om te relativeren.
Stapje dieper: blik op de industrieën
Een gedeelte van de underperformance is dus toe te schrijven aan de stijl. In de afgelopen 12 maanden heb ik gevist in een vijver waar weinig te halen viel. We hebben tegenwoordig zoveel toegang tot data, we kunnen wel een stapje dieper gaan. Ik ben begonnen met kijken naar de YTD-sectorperformance van de S&P 500. Energie, industrie, (basis)materialen en technologie doen het erg goed. Ik heb geen enkel aandeel in de energie-, industrie- en (basis)materialenhoek.
Daarentegen zit ik natuurlijk wel in de technologiehoek. Goed om daarop in te zoomen. De drie beste industrieën in de technologiehoek zijn communication equipment, computer hardware en semiconductor equipment. Allemaal hardware, wat blijft er dan nog over? Software! Laat dat nu de drie slechtste industrieën zijn met software (infrastructure), software (application) en information technology services. Best een grote allocatie van mijn portfolio zit in de Financial Data & Stock Exchange-hoek, ook die doet het slecht in de financiële dienstverleningsector.
Nu ik toch bezig ben, kan ik net zo goed per positie de performance vergelijken met de (sub)industrie. Ik heb dat gedaan voor de S&P 500, omdat daar veel meer data voor beschikbaar is. In Google Sheets match ik de performance per (sub)industrie met de posities in mijn portfolio. Dat doe ik op basis van de afgelopen 12 maanden. Voor het gemak doe ik alsof elke positie gelijkgewogen is. Was ik belegd in de (sub)industrie in plaats van in het specifieke bedrijf, dan had ik een totaalrendement van 3,7% gehad. Nog steeds een stuk meer dan mijn huidige rendement, maar wel een heel stuk minder dan de S&P 500 in dezelfde periode.
Je zou kunnen zeggen dat iets meer dan eenderde van mijn underperformance komt door de aandelenselectie. Vanuit de andere kant bekeken: iets minder dan tweederde komt door de (sub)industrie waarin de aandelen zich bevinden. De (sub)industrie is dus even niet in trek.
Mijn gedrag
Daarbovenop komen ook nog een aantal verkeerde keuzes. In de afgelopen 14 maanden heb ik alleen maar winnaars verkocht en je raadt het al, die zijn lekker doorgestegen. Het geld dat daarmee is vrijgekomen, heb ik in verliezers gestoken.
Mijn gedrag heeft ook zeker niet bijgedragen, maar zelfs de underperformance vergroot. Als ik niets had gedaan in de afgelopen 12 maanden, was mijn underperformance ongeveer 9% kleiner geweest. Dat is ongeveer eenderde.
Ik kan de underperformance in grote lijnen verklaren. Dat zorgt er bij mij in ieder geval voor dat ik er toch rustiger onder ben en geen gekke dingen ga doen. Onderliggend zijn de meeste bedrijven in mijn portfolio doorgegroeid, maar is de koers stevig naar beneden gekomen. Voornamelijk de verlaging van de multiple doet bij mij pijn.
Tijdelijke underperformance hoort erbij
Als je bewust afwijkt van de index, moet je ook accepteren dat je soms achterblijft. Dat klinkt logisch als je het rustig opschrijft, maar het voelt heel anders wanneer je al maanden of jaren naar een benchmark kijkt die harder oploopt dan je portfolio. Toch is dat precies de prijs van actief beleggen. Je kunt niet anders beleggen dan de markt en verwachten dat je nooit tijdelijk slechter presteert dan de markt.
De kunst is om tijdelijke underperformance niet meteen te verwarren met falen. Soms is je strategie stuk. Dat kan. Maar soms doet je strategie gewoon precies wat je vooraf had kunnen weten: afwijken, schuren en geduld testen. Beleggen is simpel, maar niet makkelijk. Zeker niet als gelijk hebben even heel erg lijkt op ongelijk hebben. Zorg er in ieder geval voor dat je in zulke periodes een hoop leert. Kennis compound!
PDT-update: Portfolio data in Claude
Met de MCP-koppeling kun je jouw PDT-data direct gebruiken in de chat van Claude. Zo kun je vragen stellen over je portfolio, je dividendinkomen analyseren of je spreiding laten samenvatten via een eenvoudig chatgesprek.
Lees hier het volledige helpartikel.
MCP staat voor Model Context Protocol. Dit is een manier waarop AI-tools zoals Claude veilig verbinding kunnen maken met externe tools, zoals Portfolio Dividend Tracker.
Claude koppelen aan PDT
Het koppelen van PDT aan Claude duurt meestal minder dan een minuut. Volg de stappen hieronder of open Add connector instellingen direct in Claude.
1. Open Customize in Claude
Ga naar Claude en open Customize. Kies daarna voor Connectors.
2. Voeg een custom connector toe
Klik op het + teken (Add connector). Kies daarna voor Add custom connector.
Vul de volgende gegevens in:
- Name:
Portfolio Dividend Tracker (PDT) - MCP Server URL:
https://mcp.portfoliodividendtracker.com
De velden onder Advanced settings kun je leeglaten. Klik daarna op Add.
3. Verbind je PDT-account
Klik bij de PDT-connector op Connect.
Je wordt doorgestuurd naar Portfolio Dividend Tracker. Log in met je PDT-account en geef toestemming om Claude toegang te geven tot je portfolio via de MCP-koppeling. Daarna word je weer teruggestuurd naar Claude.
4. Start een nieuwe chat
Open daarna een nieuwe chat in Claude en stel een vraag over je portfolio.
Bijvoorbeeld: "Wat zijn mijn top 5-posities op basis van weging?"
Voorbeelden van vragen
Als je gestart bent met een vraag, komt Claude vaak zelf met nieuwe suggesties. Je kan van alles vragen, bijvoorbeeld:
- Wat is de huidige totale waarde van mijn portfolio?
- Welke posities hebben het grootste gewicht in mijn portfolio?
- Hoeveel dividend heb ik dit jaar ontvangen?
- Analyseer mijn spreiding per sector en land.
- Laat mijn grootste posities zien in een tabel.
- Welke broker heeft de grootste waarde in mijn portfolio?
- Welke kosten heb ik dit jaar gemaakt?
- Welke transacties heb ik deze maand gedaan?
- Waar zit mijn grootste concentratierisico?
Welke data kan Claude gebruiken?
Claude kan alleen data gebruiken waarvoor je toestemming geeft. Denk hierbij aan je portfolio-overzicht, posities, dividend, transacties, kosten, cashboekingen, brokerinformatie, spreiding en kalendergegevens. Claude krijgt geen toegang tot je PDT-wachtwoord.
Koppeling verwijderen
Wil je Claude geen toegang meer geven tot je PDT-data? Dan kun je de connector verwijderen in Claude zelf of de toegang intrekken.
In PDT bij de Integraties-pagina zie je de tab Autorisaties. Daar kun je zien welke applicaties allemaal het recht hebben om je data te gebruiken. Klik op de knop Intrekken om de koppeling te verwijderen.
En hoe zit het met ChatGPT, Copilot, Perplexity en Gemini?
Wij hebben PDT klaargemaakt voor het Model Context Protocol (MCP), dus niet zozeer specifiek voor Claude. Zo werkt ChatGPT van OpenAI ook met hetzelfde protocol, maar zit daar alleen nog een goedkeuringslaag bij. Alleen als je ChatGPT in developer mode zet, kun je elke MCP gebruiken. Met PDT hebben we een aanvraag ingediend om PDT MCP voor iedereen toe te staan. ChatGPT presenteert het als ‘Apps’.
Bij Perplexity werkt het in grote lijnen hetzelfde als bij Claude, alles is open en zo te gebruiken. Al staan ze alleen externe MCP toe aan betalende klanten. Perplexity noemt het Connectors.
Vooralsnog is het niet bij ons bekend hoe Copilot en Gemini hiermee omgaan.
Portfolio
Transactie: Nee
Portfoliowaarde: € 456.300
‘4%-onderzoek’ van Bessembinder
Je hebt vast weleens gehoord dat ‘maar 4% van alle aandelen verantwoordelijk is voor al het rendement op de beurs.’ Klinkt lekker. Maar zoals vaker met lekkere oneliners: er gaat nogal wat nuance verloren.
Het beroemde onderzoek van Hendrik Bessembinder wordt namelijk vaak gebruikt als argument dat bijna alle aandelen slechte beleggingen zijn. Dat is niet helemaal wat hij heeft onderzocht. Hij keek niet simpelweg naar de vraag welk aandeel positief rendement heeft gemaakt.
Hij keek naar iets specifiekers: welke aandelen hebben over hun volledige beursleven meer waarde gecreëerd dan kortlopende Amerikaanse staatsobligaties? En die waardecreatie meet hij in dollars, niet alleen in procentueel rendement. Dat maakt een wereld van verschil.
In de latere update waar Michael Mauboussin en Dan Callahan van Morgan Stanley op voortbouwen, gaat het om ruim 28.000 Amerikaanse beursbedrijven over de periode 1926 tot en met 2022. Bijna 60% daarvan creëerde geen waarde boven kortlopende staatsobligaties. Anders gezegd: ongeveer 40% deed dat wel. Dat is een nulletje achter de 4%.
Dat is al een heel ander verhaal dan ‘96% van alle aandelen doet niets.’ Maar dan komt de tweede laag.
Van de ruim 28.000 beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven tussen 1926 en 2022 creëerde iets meer dan 40% waarde boven kortlopende staatsobligaties. Die waarde – $55 biljoen netto – werd gedomineerd door een extreem kleine groep: 2% van alle bedrijven was verantwoordelijk voor meer dan 90% van het totaal.
Niet dat bijna alle aandelen waardeloos zijn. Maar dat de waardecreatie extreem scheef verdeeld is. Dit heeft allemaal te maken met de allocatiegrootte in een index. Een klassieke power law: een kleine groep extreme winnaars bepaalt het totaalplaatje. En daar gaat het vaak mis in de interpretatie.
Stel dat een klein aandeel 10.000% stijgt. Voor een vroege belegger is dat fantastisch. Misschien levensveranderend. Maar als het bedrijf begon met een kleine beurswaarde, is de totale bijdrage in dollars alsnog beperkt. Zeker vergeleken met een Apple, Microsoft of Amazon die decennialang doorgroeit en honderden miljarden of zelfs biljoenen aan beurswaarde toevoegt.
Een bedrijf van $1 biljoen dat 10% stijgt, creëert $100 miljard beurswaarde. Een bedrijf van $1 miljard dat 1.000% stijgt, creëert ‘maar’ $9 miljard beurswaarde. Voor een individuele belegger kan dat tweede aandeel natuurlijk veel interessanter zijn.
Andersom kan een aandeel eerst jarenlang geweldig renderen en daarna alsnog naar nul gaan. Voor een belegger die onderweg verkoopt, was dat misschien een topbelegging. In een lifetime-meting kan het eindigen als: geen netto waardecreatie. Dat is geen fout in Bessembinders onderzoek. Het is gewoon iets anders dan veel mensen ervan maken.
Morgan Stanley gebruikt Bessembinders werk eigenlijk als vertrekpunt voor een bredere vraag: wat betekent dit voor hoe we naar bedrijven, waardering en portfoliobouw kijken? Zij voegen daar de demografie van beursbedrijven aan toe. Bedrijven worden geboren via IPO’s, spin-offs of SPACs. Ze sterven door overnames, faillissementen of delistings. Ongeveer de helft van alle beursbedrijven verdwijnt binnen tien jaar van de beurs.
Veel waarderingsmodellen doen alsof bedrijven eeuwig bestaan. In een DCF plak je er na vijf of tien jaar vrolijk een terminal value achter. Maar in de echte wereld zijn veel bedrijven dan allang overgenomen, failliet of van de beurs verdwenen.
Samengevat: Bessembinder laat niet zien dat maar 4% van alle aandelen rendement oplevert. Hij laat zien dat over volledige beurslevens, gemeten in totale dollarwaarde boven cash, de netto waardecreatie op de beurs wordt gedomineerd door een extreem kleine groep bedrijven. En een nog beter inzicht is dat 40% van de aandelen waarde creëerden boven kortlopende staatsobligaties.
Volgende week gaan we het hebben over 'Pricing power'. Rest ons nog één ding: investeer in je kennis! En beleg met beleid.
Word Vriend
Vind je het leuk om ons te steunen als onafhankelijke podcast, gebruik te maken van en mee te denken met de Portfolio Dividend Tracker? Voor € 6,25 per maand krijg je toegang. Zeven dagen gratis proberen!
► Doe mee met Jong Beleggen: PortfolioDividendTracker.com
Pim's portfolio
► Bekijk mijn volledige aandelenportfolio: Portfoliodividendtracker.com/jongbeleggen
JB updates op Instagram
► @JongBeleggen op Instagram: Instagram.com/jongbeleggen